Een hartpatiënt heeft soms een slechte dag

slechte dag

Bij een hartpatiënt wisselen goede en slechte dagen zich af. Het is iedere ochtend afwachten hoe Vriend zich voelt. Meestal goed, maar ruim 1,5 jaar na de hartaanval begint hij zich steeds meer te realiseren wat het inhoudt om minder energie te hebben.

Wanhopige blik

De eerste zonnestralen lokken ons in de tuin. Ik ga druk in de weer met bloempotten en viooltjes. Vriend begint enthousiast aan het snoeien van de planten. Maar na een tijdje zie ik af en toe zijn wanhopige blik.

Na een paar minuten gebukt te hebben, recht hij zijn rug. Zijn handen in z’n zij terwijl hij op adem komt. “Het moet in een rustiger tempo, schatje. Als je nou soms een pauze neemt, kan je alles doen wat je in je hoofd hebt. Je hebt geen idee hoeveel je al kan en doet.”

“Dat zal best. Ik wil gewoon die planten snoeien. Dat moet toch op een normale manier kunnen!?!” Eigenwijs, denk ik. “Ja, maar niet meer zoals vroeger. Je moet je energie verdelen weet je nog. Als je in één keer doorgaat, lig je zo weer kapot op de bank.”

Ik voel me een zeurende moeder die het goed bedoelt. Ik breng wat te drinken, maar laat hem verder met rust. Hij moet het zelf maar weten.

Duizelig

Tijdens het verven van een muur een paar dagen later, hoor ik Vriend mopperen. “Tsjongejonge, wat irritant.” Ik reageer niet en ga rustig door met schilderen van de muur die inmiddels voor de derde keer een andere kleur krijgt. Voorheen een klus van een uurtje, nu duurt het wat langer.

Vriend haalt bukkend verf weg bij de plinten. “Wooooow!”, roept hij opeens. Voor ik het weet zit hij op de grond. “Zo duizelig ben ik nog nooit geweest. Ik dacht dat ik ging flauwvallen. Wat is dat toch met bukken?”

“Kom maar, ik doe dat wel. Ga jij maar hier verder.” Wanneer alles af is, ploft hij op de bank. Uitgeblust. Hij zit al een paar dagen niet lekker in z’n vel. Ik hoop dat het snel overgaat. Ik vind het rot voor hem dat hij van alles wil doen, maar zijn lichaam het niet toelaat.

Hardlopen

Een dag later wordt hij moe wakker. “Ik ga zo hardlopen. Ga je mee, jij wandelend?” Sinds kort ben ik weer aan het opbouwen met rennen. Vriend gaat soms mee zodat hij ook aan zijn half uur per dag beweging komt.

Hij loopt dan in zijn tempo achter mij aan, terwijl ik rennend naar hem toekom als ik even een minuutje mag wandelen. Dan hijg ik kletsend uit en wacht tot de mp3-trainer in mijn oor zegt dat ik weer moet rennen.

“Misschien moet je juist bewegen, voel je je wat lekkerder als je buiten bent geweest.” Vriend gaat mee. En het lucht op. ’s Middags springt hij in de auto om naar een vriend te gaan.

Schijtziek

Maar de volgende dag komt hij chagrijnig uit zijn werk. “Wat heb ik toch de laatste dagen. Ik ben zo moe. Heel de tijd maar moe. Ik word schijtziek van dat hart”, zegt hij gefrustreerd. “Ga anders even liggen.” “Maar ik kan niet slapen. En dat wil ik ook niet.”

“Van liggen rust je ook al uit. Gewoon even opladen zodat je weer wat energie hebt vanavond.” Met tegenzin gaat hij op de bank liggen en zet de tv aan. Een van de katten springt bij hem. Mooi, voorlopig kan Vriend niet weg. Kat is in een knuffelbui.

Ik ga weer verder met opdrachten voor mijn bedrijf. Als ik even later naar de keuken loop, zie ik hem liggen. In slaap gevallen. Met een kat tussen z’n benen. Ik zet de tv wat zachter. Ik ben blij dat hij slaapt. Hopelijk is hij straks wat vrolijker. En heeft hij morgen weer een goede dag.

Hartstukjes, geschreven door CillaHartstukjes wordt geschreven door Cilla, getrouwd met een hartpatiënt, tekstschrijver, (eind)redacteur, blogger en eigenaar van HoofdletterC. Ze is gek op dieren, eet ze dan ook niet en verwent haar twee katten.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial