Luisteren in stilte

“Ik begrijp niet dat je nog steeds bij me bent.” Mijn man ligt op bed. Hij was bezig met zich aankleden, maar is gaan liggen. Hij voelt zich niet goed. Ik zag het al. Deze ochtend is alles zwaar.
Ik ga naast hem liggen en pak zijn hand vast. Hij gaat verder: “Dat stomme hart. Elke keer die onzekerheid hoe ik me voel, hoe ik doe. Heb ik wel energie of niet? Ben ik chagrijnig of niet? En elke keer moeten jullie je weer aan mij aanpassen. Ik word er gek van. Dan moet jij er toch helemaal gek van worden?”
Ik zeg niks en luister alleen maar. “Er is ook geen peil op te trekken. Er is niets aan de hand, waardoor ik nu zo moe kan zijn. Ik heb lekker geslapen. Ik werd goed wakker. En dan kom ik uit de douche en is alles te veel. Ik snap er niks van.”
Ik laat hem praten. Af en toe knijp ik in zijn hand. Juist op dit soort momenten wil ik vertellen waarom ik wél bij hem ben, maar ik hou mijn mond. Soms is het beter om niets te zeggen. Als hij zijn hart heeft gelucht, zijn we samen stil.
Maar dat duurt niet lang. Vanuit zijn kamer roept onze zoon. Hij vraagt om aandacht. Ik roep terug dat ik bij pappa lig, omdat hij zich niet zo goed voelt. “Ik kom zo naar jou toe.” Het verbaast me dat hij niet meteen bij ons in de slaapkamer staat. Meestal komt hij een knuffel geven als zijn vader het moeilijk heeft. Maar dit keer niet. Ik vind het eigenlijk wel fijn dat hij iets anders belangrijker vindt. Hij maakt zich dus niet gelijk zorgen.
Maar hij blijft wel roepen. Ik ga snel naar hem toe en bewonder zijn bouwwerk. “Laten we later verder bouwen. Wil je nu een balletje trappen?” En zo loods ik hem naar buiten en wordt het stil in huis. Dan kan mijn man nog even zijn ogen dicht doen.
Als we terugkomen, is hij beneden. Hij ziet er beter uit. “Ik ben er weer. Dat had ik blijkbaar nodig. En wat lief dat je net bij me kwam liggen. Gaan we nu iets leuks doen met zijn drieën?”
Dit blog verscheen ook in HartbrugMagazine, een uitgave van Hartpatiënten Nederland.

